Back in Business
Persoonlijk
|
15 September 2009 | 16:07:40
Donderdag
10 september 2009 Weer
thuis, de belangrijkste e-mail beantwoord, de voicemail gesprekken
afgehandeld, we zijn weer 'back in business'.
Gisteren werd de pijn in mijn rug steeds erger - die boot is om te zeilen en
niet om in te werken, bovendien heb ik geen stahoogte - en mijn darmen bleven
vervelen, zelfs vannacht om een uur tien en direct na het uitlaten van ons Yeti
vanmorgen, vroemmm.
Mogelijk waren de olijven - vergeten in het lijstje van
mogelijke veroorzakers - of zoals Marleen suggereerde, het sinaasappelsap de
oorzaak. Even gegoogeld en ja hoor: sinaasappelen werken laxerend.
Van
zeilen is niets meer gekomen, om vier uur ben ik naar huis gereden, de files op
de koop toe genomen. Het weerbericht heeft er flink naast gezeten. De
regenkansen waren redelijk correct, de temperatuur ook maar de graad van
bewolking viel tegen. En die noordoosten wind was koud, of had in ieder geval
een lage gevoelstemperatuur. Niet lekker als je je al niet lekker voelt. Het
was goed zeilweer, vier Beaufort, maar we zijn echte mooiweerzeilers geworden.
Afsluitend
is het enerzijds een heerlijk dagje geweest, anderzijds teleurstellend omdat ik
in mijn dromen allang de Waddenzee en de Noordzee op was geweest. Maar ja, ik
ontleen zekerheid aan mijn relatie (Theo, ik verbreek niet al mijn banden, echt
niet) en als mijn lief zich ongerust maakt, ja dan doe je maar wat rustiger
aan. Ik vond het heerlijk haar telefoontjes te krijgen, haar stem gewoon te
horen en haar in mijn bed te weten ook al slaapt ze vanwege de of mijn warmte
aan de andere kant van het bed. Tot slot wilde ik wat gaan strijken en 1984
uitlezen maar er kwam alweer een aanbod voor een vaste baan binnen en
verschillende e-mails voor leuke opdrachten. CV aanpassen, binnen de gestelde
tijd... We zitten weer in de mallemolen die in volle vaart rondtolt.
Racen is niet leuk
Persoonlijk
|
15 September 2009 | 16:05:05
Woensdag
9 september 2009
Vannacht
om acht voor twee uit bed gegaan, recht naar het toilet en aldaar ontploft.
Gisteren de gebakken aardappeltjes niet goed opgewarmd, de biefstuk te rauw
gegeten, van het boordwater gedronken na het tandenpoetsen? Maar waar komt al
dat vocht vandaan? Na een grote schoonmaak waarbij ik bijna van mijn eigen
viezigheid over m'n nek ga, nog een tweede gang, even explosief en weer zoveel
water. Gelukkig zakt de drang langzaam weg en slaap ik tot zes uur ongestoord.
Precies
zes uur, mijn normale wekkertijd, wordt ik wakker en denk ik vogeltjes op het
dek te horen. Het blijken de drukknopjes van het luikzeiltje die tegen elkaar
tikken doordat de wind is toegenomen. Het doet me denken aan de mussen (of
muizen) onder de dakpannen van onze boerderij. Ik droom nog even verder, van
Marleen en Yeti, uitlaten en een soort bijeenkomst in het park. Die bijeenkomst
is mogelijk gebaseerd op de haatweekprotesten uit '1984' van George Orwell.
Indrukwekkend boek, anno 1950 maar erg toepasselijk op het heden: "er
hebben op aarde altijd drie soorten mensen bestaan, deHogen, de Gemiddelden en de Lagen
(p216)". "En de nieuwe stromingen (...) hadden bewust tot doel onvrijheid en ongelijkheid te
handhaven (p217)". Waarom doet me dat zo aan de angstaanjagende politiek
van vandaag denken? Dat je bangmakerij gebruikt om verzekeringen te verkopen,
is tot daaraantoe, maar ...
Stop,
terug naar het heden. Doel: een dagje op het water. Motief: Eerde Beulakker,
Henk Bezemer, Francis Chichester e.v.a. een beetje invoelen. Eerzucht: op m'n
sterfbed hoef ik niet te zeggen, ik had nog zo graag, eenmaal in mijn leven ...
Om
acht uur belde Marleentje me wakker. Op de achtergrond hoor ik ons Yeti
'praten', zeuren om aandacht en om uitgelaten te worden. Thuis scheen de zon,
hier is het bewolkt en winderiger dan gisteren. Als ontbijt maar een droog
sneetje knäckebröd genomen met bosbessenthee en een blikje cola om mijn pillen
te slikken. Dat zal die stoelgang leren. Tegen tienen ben ik klaar voor
vertrek. Maar eerst eens naar de computer kijken, gisteren was hij de GPS een
paar keer kwijt en thuisgekomen was het WinGPS-light programma met een fout
gestopt. Er is dus nog werk te doen in de automatisering.
Half
twaalf: nog steeds in de box. Ik draag m'n thermisch ondergoed, wintersokken en
nog zijn m'n voeten als van ijs. Mijn darmen zijn nog steeds onrustig, maar de
belangrijkste reden om niet uit te varen is de bewolkte lucht en de noordooster
matige koelte (4 Beaufort). Binnen in de kajuit is het 19 graden. Ik heb
intussen de tape die de naden van mijn zeilbroek waterdicht moeten houden met
Bisonkit vastgezet. Vooral in het zitvlak was de band op vele plaatsen
losgeraakt. Onder het plakken belde Boudewijn op of ik
geïnteresseerd was in een vaste baan als informatiearchitect. Ook al wordt het
niets, het geeft de burger weer moed. Dus een nieuwe taak op mijn
te-doenlijstje: hoeveel moet ik verdienen om rond te komen? En m'n cv moet nog
verbeterd worden. Afgelopen week heb ik een mooie versie gemaakt volgens de
ideeën van een Volkskrantboekje maar in Word werden dat 7Mb, te groot. Dus aan
de slag met kabbelend water op de achtergrond. Straks nog maar even kijken of
het nog zeilweer voor mij wordt.
Van wal en herhaal
Persoonlijk
|
15 September 2009 | 16:02:21
De eerste dag alleen. Klaar voor vertrek maar dan toch nog even 'naar binnen' voor ik 'naar buiten' kan. Zonnig weer, matige wind, geen golven. En weer heeft Murphy gelijk: alles wat kapot gaan, gaat kapot. En Murphy was nota bene een optimist.
Een
rustige nacht, geen wind, geen kabbelend water, volle maan. Alleen de koelkast
zoemt om de haverklap. Tien over twee wakker, onrustig dromen. Over een reünie
van de zaak. Niet genoeg bussen, meer gasten dan verwacht. De ex-medewerkers
moeten met hun eigen auto rijden. Er moet nog van alles mee, rollen tentdoek en
dingen die ik me niet meer herinner. De combi wordt uit elkaar gehaald,
volgeladen en dan moeten de stoelen er weer terug in. Het stuur ontbreekt,
stoelen omdraaien, en zo voort. De oorzaak is herkenbaar. Gisteren nog
gesproken over de vele ontslagen bij de firma. De auto laden was inderdaad een
probleem omdat het dak in de kofferruimte zat, dus het kratje met etenswaar en
de rugzak met kleren moesten op de bijrijderstoel. Van de collega's een paar
gezichten herkend en één naam gedroomd: Frank. Jarenlang samen naar opdrachten
gereden.
Om
achttien minuten over vijf wordt ik wakker van de telefoon. Onbekende afzender:
Marleen. Haar boze bui is weggezakt. Het is een katje, temperamentvol, Spaans
bloed. Ik mis haar en toch, om een keer in je leven solo te zeilen, kan ze er
niet bij zijn.
Waarom
wil ik in godsnaam solo? Omdat ik alle boeken verslind over wereldreizen? Maar
ook rondtoeren op de motor, Amerika, route 66, was ooit een droom, nooit
gerealiseerd. En te paard, dat heb ik waar gemaakt: zeshonderd kilometer dwars
door Hongarije, in een klein groepje, met gids en verzorger, en onderweg
hotels, maar toch.
Ik
ben nu in mijn derde maand van werkeloosheid. Zit me thuis op te vreten want
als freelancer komt er geen cent binnen. En dan de hele dag internet op, zoeken
naar mogelijke opdrachten. Ze passen nauwelijks, of ze betalen niet. Of er
hebben al tientallen mededingers naar gesolliciteerd. Ik verzamel afwijzingen,
maar ik administreer ze al niet meer.En studeren, hoe stond het ook al weer met die financiële markten, wat
valt ook alweer allemaal onder servicemanagement. En hoe verder met mijn boek
over projectmanagement? Gedachten spoken chaotisch door m'n hoofd.
De
afgelopen dagen heb ik dan maar "De kunst van het nietsdoen" gelezen.
Theo Fisher vertelt waarom we bij onze beslissingen niet tegen onze innerlijke
autoriteit, ofwel de Tao, moeten ingaan. De kunst van het nietsdoen is volgens
de Tao om op het juiste moment te doen wat juist is. En wat juist is, moet zich
dan vanzelf openbaren als je af en toe even stilstaat om te luisteren en te
voelen, dus als je niets doet. Kijken of ik zo iets kan verzinnen om een
inkomen te krijgen.
Volgens
Theo zitten we dermate verstrengeld in regels, verordeningen en wetten dat we
het ons niet eens meer bewust zijn hoezeer men ons van alle kanten betuttelt.
Een leven zonder voorschriften hebben we nooit meegemaakt. Om vrij te zijn voor
een leven in het moment zelf (zoals Dyer het zegt: " Niet morgen, maar
nu"), moeten we ons van alle banden losmaken. We mogen geen enkele
autoriteit erkennen, niemand die ons voorschrijft hoe we moeten zijn of hoe we
moeten worden.
Maar
in het eerste hoofdstuk schrijft hij dat de Tao niets opheeft met het streven
naar wat voor prestaties dan ook: "Het is goed geen doel te hebben, geen
eerzucht, geen motief. Het streven van de mens om steeds op een of andere
manier beter te zijn dan anderen is ronduit belachelijk, zeker als je bedenkt
dat ieder mens in werkelijkheid aanzienlijk meer is dan hij of zij op welke
andere manier ooit kan worden". Dus hoe kunnen regels en voorschriften mij
überhaupt beperken als ik toch geen doel of motief heb? Maar ja, het doel uit
de catechismus: ons doel is om hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn, is
ook niet alles. Het geluk van een kat zit in zijn staart, het volgt hem vanzelf
op zijn pad. Dat is een beter motto, vind ik.
Half
negen. Tijd voor een boterham. De boot is gepoetst. Een duidelijk doel,
'zuivere' motieven, en toch leven in het nu: ieder hoopje spinnenpoep heeft
mijn volle aandacht gekregen. Het is dan ook volgens de regels: zo'n dure boot
moet je wel een beetje bijhouden. Het zal dan wel juist zijn en zich aan mij
hebben geopenbaard. Het voelt bezweet, het voelt goed. Marleen zou het nog
beter doen, maar goed is goed genoeg. Als ik alle dagen een beetje poets, is de
boot vrijdag tiptop. Nu afwassen, scheren en dan zeilklaar maken.
Tweeëntwintig
uur, de film - Cadillac Records - is afgelopen en het is tijd om naar bed te
gaan, te kooi beter gezegd. Maar even tijd maken voor het logboek.
Net
toen ik alles tweemaal gecontroleerd had: veiligheidslijnen, check; vallen en
schoten, check; stootwillen opgeruimd, check; en de motor gestart was, de
eerste walvasten gelost waren, belde Marina. Ik had gebeld, Jaap was nog even
naar therapie - wist ik dat hij een hartinfarct gehad had? - maar na de fysio
had hij wel even tijd.
De
stootwillen maar teruggehangen, klaar voor de sluis. Die werd een makkie. Net
als ik aan kom varen, komt er een boot naar buiten en mag ik naar binnen.
Helemaal alleen, de sluis voor mezelf. Achteruitslaand trekt het achterschip
naar stuurboord, achterspring om de bolder, in z'n vooruit, en de spring
veranderd van naam en wordt tros.
Het
woord 'tros' heb ik woensdag pas ingevuld, ik kon niet meer op de naam komen en
had geen enkel boek aan boord dat me kon helpen, dacht ik, want het 'Zeemans
woordeboek' (echt zonder 'n', legaal te downloaden via Google) op m'n PC
spreekt van: lijn, uit drie of vier strengen gevlochten. Zo kon ik ook nergens
vinden welke seinvlag je moet hijsen om aan te geven dat je solo zeilt. De
almanak van de ANWB geeft alleen de seinvlaggen met de betekenis in letters van
het alfabet. Maar waarvoor gebruik je welke letter? Alleen de A voor duikers onder water en Q voor Quarantaine ken ik. Noch in
'De wereldreis van de Gipsy Moth', noch in 'Vier zomers zeilen' kan ik er iets
over vinden. Nu ja, als ik niet weet hoe je 'solo' moet seinen, kan ik het ook
niet lezen. En velen met mij vermoed ik. Thuisgekomen opgezocht via Google: het
ICOS-boek gedownload: het moet zijn SZ1: Total
number of persons on board is 1.
Alras
mag ik de sluis weer uit, ik zwaai nog maar de sluiswachter is al niet meer te
zien. Kanaal op de motor, nog geen zin in gedoe. Aanmeren bij Jaap in z'n
achteruit wil met die langkieler niet echt fijn gaan. Gelukkig vangt Marina een
lijntje en twee bootwerkers - van vak en postuur - komen even een handje helpen
en ook die klus is weer geklaard.
Het
is even wachten op de baas, intussen Marleentje gebeld. Die adviseert de
biefstuk vast te eten en zo zit ik net aan mijn tweede lapje, taai, zelfs zo
iets simpels kan ik niet zo lekker maken als mijn Marleen, als Jaap arriveert.
De
accu van de boegschroef blijkt kaduuk. Die is van januari 2004, dat is jammer
maar een natuurlijke dood op deze leeftijd. De zekering is ook stuk, na het
overlijden van de accu heeft hij de volle lading van de dynamo gehad: 50 Ampère
beveiliging is hier niet tegen opgewassen. Een nieuwe accu is voor het
voorjaar, in de tussentijd mag de accu van de mover voor de caravan de
rest van het seizoen mee uit varen. Die staat al weer een jaar aan de
druppellader, dus die zal daarvan wel gecharmeerd zijn.
Jaap
meet vervolgens de antenne van de marifoon door, prima in orde, dus ook de
marifoon is overleden. Deze Shipmate RS8000 draagt een label van Tested, 28-12-1995, naast het equipment-nummer staat ook
een datum die lijkt op 1944, da's te lang geleden, de inkt is uitgelopen. Dan
moeten we de vorige eigenaar nog maar eens naar de leeftijd vragen, garantie
zal in ieder geval wel voorbij zijn. Ook voor het voorjaar, dan maar een DSC
(ik heb ooit geweten waar dat voor stond maar nu moet ik telkens raden welke
volgorde de letters moeten hebben). Na nog wat nagepraat te hebben, verlaat ik
Jaaps en Marinas sympathieke werf.
Rond
twee uur 's middags ga ik weer door de sluis. Een vriendelijke heer uit Heeg
laat me voorgaan. Hij heeft me vast zien zwalken toen ik de stootwillen op de
hoogte van het kunstwerk bracht. Wederom uit de kunst. In het midden gewoon
even met de hand aan de praktische buizen de hele boot recht gehouden. Buiten
vroeg een buurman - sorry, een logboek voor het noteren van een naam zou handig
zijn als je een stukje wilt schrijven - in wat voor 'n dialect Erasmios 'een
Rasmus' geschreven was. Even uitgelegd dat Rasmus het type boot is en Erasmios
Grieks is voor charmant, een passende naam voor een schip van dat type.
PS,
Bert - bezig aan de kraan - complimenteerde me nog: hoe goed de boot er wel
niet uit zag. Complimenten terug gegeven aan zijn 'poetser', na een paar jaar
krijgt de man eer van zijn werk. De gelcoat moet, net als de
boenwas op de Mechelse kast van oma, gewoon jarenlang goed worden
uitgewreven.
Het
zeilen ging van een leien dakje. De stuurautomaat levert hier zijn geld op. In
een lichte koelte zoals de Engelsen dat zo mooi uitdrukken (3 Beaufort, 7-10
knopen) met een knoop of drie op en neer naar De Kreupel. Zonnetje erbij,
zwemvest uit. Misschien was ik te laat, dan staat er nu een kruis op mijn rug.
Weinig te vertellen, wat spookt er allemaal door je hoofd? Voor het thuisfront
het aantal schepen geteld: dertig, inclusief de kleinste stipjes aan de
horizon. Wat sms-jes verstuurd; love you, en zo meer. De
fraaie bij bewonderd die midden op het IJsselmeer gek bleek te zijn op het
knalgeel van het zwemvest en als een dwaas dwars door het raam wilde. Of zag
hij zijn spiegelbeeld? Laura Dekker heeft in ieder geval tijd genoeg voor
studie en huiswerk, zeker als je niet zo op hoeft te letten, de zeeën zijn
allemachtig leeg weet ik van mijn cruises in de Caribean en van de
oversteken met de Rotterdam (1968).
Bij
het omkeren overstag gegaan en de fok laten staan. Tijdens dit bijliggen het
grootzeil neergehaald (zwemvest aan, veiligheidslijn vast, dat wordt niet leuk
Laura). Nu draag ik een gordel met twee lijnen, een elastische en een vaste. Zo
kun je altijd vastzitten, ook tijdens het kiezen van een nieuw bevestigingspunt
maar nu zit constant een lijn in de weg.
Aangezien
de heenweg hoog aan de wind was, verwachte ik voor de wind terug te kunnen
varen. Toen het toch meer halve wind werd - gedraaid? -, heb ik het zo maar zo
gelaten, tijd zat en de Genua nummer 2 kan het alleen ook wel aan. De
stuurautomaat was wel nerveus aan het zoemen, dan maar op stand-by, de boot houdt
zich ook op zeil wel aan de koers. Maar toen ik zelf wat wilde bijsturen, draaide
het stuurwiel loos. De bakskist is vlakbij, hydraulische olie is dan ook vlug
bijgevuld. Dat maakt een wereld van verschil. Jaap mag van de winter de
o-ringen van de hydrauliek wel eens nazien.
Het
aanleggen levert geen problemen op, briesje pal op kop. Eerst achter aan de
paal, dan voor een worp van een touwtje. Tussendoor nog even de buren van de
Dimitri helpen aanleggen en dan is het tijd voor clean-ship.
Biertje,
worstje, lezen (1984), filmpje, verslag tikken, en dan is het echt bedtijd
(23:11h). De haven is allang in diepe rust. Morgen een tweede dag alleen,
Marleen wil heur haar wassen en boodschappen doen plus de strijk, haar collega
had nog niet teruggebeld en zonder vervanging geen vrije dag, helaas.
De 1e stap
Persoonlijk
|
15 September 2009 | 15:51:20
"Elke reis begint met één eerste stap" zegt een Chinees spreekwoord.
Al jarenlang lees en herlees ik (in alfabetische volgorde): Tania Aebi, Pieter Adriaans, Eerde Beulakker (een aanrader), Henk Bezemer, Richard Bouwman, John Caldwell, Francis Chichester, Joshua Slocum, Jaap Kiers, Ellen McArthur, Herman Melville, Bernard Moitessier, Alec Rose, Debra Veal, Hans Vandersmissen, John Wray, Rosie Swale, H.W. Tilman, Eric Taberly, en vele anderen.
Ik reis en droom met hen mee op hun wereldreizen in een bootje. Vandaag ga ik ook: solo, maar niet de wereld rond.
Beetje vreemd. Alleen in de auto, op weg naar de boot. Zeker, negenennegentig procent van mijn tijd rijd ik alleen, bijna altijd dus. Maar dan nooit naar Stavoren, niet naar onze boot. En dan nog wel op een maandag; vrijdagavond is de gewone tijd, na de gebruikelijke files.
De weg is - voor Nederlandse begrippen - bijna leeg, in ieder geval veel leger dan op vrijdagavonden. De zon schijnt nog een beetje, het is drieëntwintig graden volgens de autothermometer, het cabriodak is open. Het mooie weer, verwacht voor de komende week, is één van de redenen om te gaan. En ik ga in mijn eentje zeilen omdat mijn lief, Marleen, moet werken, helaas. Alleen zeilen, solo, single handed, voor het eerst in mijn leven.
's Avonds als ik de auto leeghaal en alles - nog veel voor één persoon - in het karretje laad, bel ik haar op om te vertellen dat ik ben aangekomen. Dat doe ik zo snel omdat ik bang ben dat ik vergeet haar te vragen om de stekker van de oplader uit het stopcontact te trekken. Die ben ik vanmorgen vergeten en kan dus oververhit raken of anders kapot gaan. Ook mijn medicijnen ben ik vergeten op te halen bij de apotheek, maar ik heb gelukkig genoeg bij me voor deze week, vrijdagmiddag niet vergeten voor sluitingstijd thuis te zijn!
De boot is ingeruimd, alles wat Marleen gewoonlijk doet, doe ik nu zelf. Vuilniszak klaarleggen, koelkast vullen, kleren stouwen, navigatiecomputer installeren, dan een biertje en klaar voor een filmpje. Niet een wordt uitgekeken; te eng, te saai, huwelijksproblemen. En dan een telefoontje: Marleen. Hoewel ze alle etenswaren zelf gepakt heeft, me aangemoedigd heeft te gaan, is ze nu over de rooie. Marleen is degene die me al eenentwintig jaar overal in aanmoedigt, ik ben zelf weliswaar een genieter, maar gun me zelf maar weinig. Zij heeft ons aan de paarden gezet, zij heeft ervoor gezorgd dat ik op mijn vijftigste een Harley kreeg, zij heeft ons aan het zeilen gebracht. Zelf is ze niet zo verzot op zeilen, met mooi weer ja, niet te schuin ...
Maar nu vindt ze het schandálig. Laat ik haar in de steek. Doe ik het alleen maar omdat mijn zusje ook alleen door Afrika trekt. Wijs ik haar af. Het is ook haar boot, ze werkt ook keihard, drie hele dagen in de week (als receptioniste-telefoniste, stomvervelend werk, en slecht betaald). Voor een goed begrip: het is mijn eigen schuld! Het allereerste weekeind dat ze bij mij was (vrijdag 28 augustus 1987), werd het samen in bad, slapen, en toen ze zondagavond naar huis ging, heb ik mijn koffertje gepakt en gezegd dat ze nooit meer alleen zou slapen. Belofte maakt schuld: "now I'm waiting till the end of time" (van iets als Dashboard Light), bij wijze van spreken dan.
Zal ik maar weer inpakken en naar huis gaan? 't Is goed, de eerste stap is gezet, eerst maar eens uitrusten, nu na een biertje weer in de auto stappen is ook niet verstandig. Morgen zien we wel weer verder.